It Ljochtbeaken Voorganger(s): Ds. A.H. Boschma, Drachten Ouderling(en): Willem Bouma Organist: Kees Dijkstra
Diaken van Dienst: Willie van der Velde Koster: Cor Geerligs Beamist:
Lied voor de dienst: Lied 530
1 De Geest des Heren is op hem
die tot verkondiging verkoren,
ons aanspreekt zodat wij het horen
als hoorden wij Gods eigen stem.
2 Wat is het dat hij aan ons meldt?
De blijde boodschap voor de armen:
het overweldigend erbarmen
dat ons gebroken hart herstelt.
3 Dat de gevangenen bevrijdt
en ons verlost uit schande en schade
en meldt het jaar van Gods genade,
zijn recht en zijn barmhartigheid.
4 Wij danken God voor deze stem
die heeft geklonken in ons midden,
ons aangevuurd heeft bij het bidden
met uitzicht op Jeruzalem.
Welkom en mededelingen
Intochtslied: Psalm 103: 1 en 5
1 Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren,
laat al wat binnen in mij is Hem eren,
vergeet niet hoe zijn liefde u heeft geleid,
gedenk zijn goedheid, die u wil vergeven,
die u geneest, die uit het graf uw leven
verlost en kroont met goedertierenheid.
5 Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem
Stil gebed
Voorganger: Onze hulp is in de naam van de Heer,
Gemeente: die hemel en aarde gemaakt.
Voorganger: die trouw blijft tot in eeuwigheid
Gemeente: En nooit loslaat de werken van Zijn handen.
Voorganger: Genade zij u en vrede van God onze Vader, door onze Here Jezus Christus, in de gemeenschap met de Heilige Geest.
Gemeente: Amen.
Kyriegebed Tijdens het gebed zingen wij Lied 301k na de woorden “zo bidden wij” I voorganger en II Allen
Glorialied: Lied 146c: 1 en 7
Alles wat adem heeft love de Here,
zinge de lof van Israëls God!
Zolang ik hier in het licht mag verkeren,
roem ik zijn liefde en prijs mijn lot.
Die lijf en ziel geschapen heeft
worde geloofd door al wat leeft.
Halleluja! Halleluja!
7 Roem dan, gij mensen, en lofzing tezamen
Hem die zo grote dingen doet.
Alles wat adem heeft, roepe nu amen,
zinge nu blijde: God is goed!
Love dan ieder die Hem vreest
Vader en Zoon en heilige Geest!
Halleluja! Halleluja!
Gebed bij de opening van de Schriften
Schriftlezing: Handelingen 6: 1-7 1Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld. 2Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. 3Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, 4terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’ 5Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. 6Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden. 7Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.
Lied 838: 1 en 3
1 O grote God die liefde zijt,
o Vader van ons leven,
vervul ons hart, dat wij altijd
ons aan uw liefde geven.
Laat ons het zout der aarde zijn,
het licht der wereld, klaar en rein.
Laat ons uw woord bewaren,
uw waarheid openbaren.
3 Leer ons het goddelijk beleid
der liefde te beamen,
opdat wij niet door onze strijd
uw goede trouw beschamen.
Leg ons de woorden in de mond
die weer herstellen uw verbond.
Spreek zelf door onze daden
van vrede en genade.
Overdenking
Lied 526: 4
Juich voor de koning van de volken
buig voor zijn opperheerschappij,
zing halleluja! Uit de wolken
komt ons zijn heerlijkheid nabij.
Bouw dan ootmoedig aan de aarde,
leg vrede in elkanders hand:
Hij die de beste wijn bewaarde
roept ons ter bruiloft in zijn land!
Gebeden
Inzameling van de gaven
- 1e collecte: Diaconie
- 2e collecte: Kerk
Lied van de nodiging: Lied 840: 1 en 3
1 Lieve Heer, Gij zegt ‘kom’ en ik kom –
want mijn leven is onder de macht gesteld
van de Heer die mijn dagen en nachten telt
en de Heer zegt ‘kom’ en ik kom.
3 Want o Heer, ik zeg ‘kom’ en Gij komt,
ik zeg ‘kom’ en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie honge͜rig zijn
en uw naam wordt een lied in mijn mond.
VIERING VAN DE MAALTIJD VAN DE HEER
Nodiging
Als teken van zijn liefde voor allen die Hem zoeken, nodigt de Heer ons aan zijn maaltijd. Want Hij heeft gezegd: zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Grote lofprijzing.
v. De Heer zal bij u zijn!
g. De Heer zal u bewaren!
v. Verheft uw harten!
g. Wij zijn met ons hart bij de Heer.
v. Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
g. Het past ons de Heer te danken.
Tafelgebed
Gezegend God, is uw Naam, onvergetelijk, ondanks alle wanhoop en duisternis in onze wereld en in ons hart. U bent het Licht, die ons leven doet oplichten. U bent het die ons warmt met het seizoen van uw genade. U geeft ons de lange adem, de winter door. In verbondenheid met allen die in deze verwachting leven, zien wij uit naar U. Wij loven en prijzen U.
Lied 405: 1
Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig,
vroeg in de morgen worde U ons lied gewijd.
Heilig, heilig, heilig! Liefdevol en machtig,
Drievuldig God, die één in wezen zijt
Inzettingswoorden en gedachtenis.
Gezegend zijt Gij, God onze Vader, en gezegend is Jezus die komt in uw Naam. Want in Hem kwam uw Rijk ons nabij: Hij was in levenden lijve uw wil en uw heil en bezaaide uw aarde met woorden en wonderen van liefde en hoop. Want Hij heeft in de nacht van de overlevering het brood genomen, daar de dankzegging over uitgesproken, het gebroken en aan zijn discipelen gegeven, en gezegd: “Neemt en eet, dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt, doet dit tot mijn gedachtenis.” Zo heeft Hij ook de beker genomen, daar de dankzegging over uitgesproken, hem rondgegeven en gezegd: “Drinkt allen daaruit, deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed dat voor u en voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot mijn gedachtenis.”
Voorganger:
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Allen:
Maranatha!
Gebed en Onze Vader
Onze Vader
die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd;
uw Koninkrijk kome;
uw wil geschiede,
gelijk in de hemel alsook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
en leid ons niet in verzoeking,
maar verlos ons van den boze.
Want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.
Amen.
Vredegroet (Allen gaan staan).
Voorganger: De vrede van de Heer zij met u allen
Gemeente: Zijn vrede zij ook met u
Voorganger: Wens elkaar de vrede van Christus.
Agnus Dei: Lied 270g.(3x)
v. Zalig zij
Die genodigd zijn
Tot het bruiloftsmaal van het Lam. Delen van brood en wijn
Als danklied zingen wij Lied 378: 1, 4 en 5
1 Sterk, Heer, de handen tot uw dienst,
die heilig brood ontvingen,
de lippen, aan uw kelk gezet,
om van uw heil te zingen:
4 de voeten die, op weg naar U,
dit huis hebben betreden –
dat zij van hier met lichte tred
de weg gaan van uw vrede.
5 Sterk zo het hart dat voor U klopt
met bloed, door U gegeven –
uw lichaam dat ons lichaam voedt
met uw verheerlijkt leven.
Dankgebed.
Voorganger: Heer, wij danken U, dat Gij ons wilt verkwikken met uw gaven. Geef ons een vast vertrouwen in U, een gedurige verwachting van de komst van uw Koninkrijk, en een duurzame liefde en lankmoedigheid onder elkaar.
Gemeente: DOOR JEZUS CHRISTUS, ONZE HEER.
Voorganger: die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid.
Gemeente: AMEN.
Slotlied: Lied 413: 1
Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert uwe werken.
Die Gij waart te allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid.