It Ljochtbeaken Voorganger(s): Ds. T. Deelstra Ouderling(en): Karin van der Velde Organist: Klaas Hofstra
Koster: Auke de Boer Techniek:
Aanvangslied: Psalm 116: 1, 6 en 8 (God heb ik lief, want die getrouwe Heer)
Stil gebed
Votum & groet;
Zingen: klein gloria (Lied 195)
Gebed om ontferming
Zingen: Lied 274 (Wij komen hier ter ere van uw naam)
Woord van genade:
‘We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt, die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden.’ (2 Korintiërs 1:8b-10)
Leefregel: 25En zie, een wetgeleerde stond op om Hem te verzoeken, en zei: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26En Hij zei tegen hem: Wat staat er in de Wet geschreven? Wat leest u daar? 27Hij antwoordde en zei: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf. 28Hij zei tegen hem: U hebt juist geantwoord. Doe dat en u zult leven.
(Lucas 10: 25 – 28)
Zingen: Lied 146a: 1, 6 en 7 (Laat ons nu vrolijk zingen!)
Gebed bij de opening van het Woord
Schriftlezing: 5Wij verkondigen niet onszelf, wij verkondigen dat Jezus Christus de Heer is en dat wij omwille van Hem uw dienaren zijn. 6Want de God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. 7Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. 8We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. 9We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. 10We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. 11Voortdurend worden wij levenden omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. 12Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven. 13Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven 14en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken, zodat wij samen met u voor Hem zullen staan. 15Dit alles gebeurt dus omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.(2 Korintiërs 4: 5 t/m 15)
Zingen: Lied 518: 4 en 7 (Hoe liefelijk is uw gelaat)
Uitleg en verkondiging
Zingen: Lied 641: 1, 3 en 4 (Jezus leeft en ik met Hem!)
VIERING HEILIG AVONDMAAL
Uitnodiging
Zingen: lied 840: 1, 2 en 3 (Lieve Heer, Gij zegt ‘kom’ en ik kom)
Gebed
Zingen: Lied 405: 1 en 3 (Heilig, heilig, heilig! Heer, God almachtig)