|
Zondag 9 augustus 2026
om 11.00 uur
It Ljochtbeaken
Voorganger(s): Ds. De Lange, Garyp
Lied voor de dienst: Psalm 84a – Wat houd ik van Uw huis
Welkom en afkondigingen
Stil gebed
Aanvangslied: Psalm 118: 1 en 5 DNP – Laat iedereen Gods goedheid prijzen
Bemoediging en groet
Zingen: Lied 705: 1 en 4 (Groot Gloria) – Ere zij aan God, de Vader
Gebed
Leefregel: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’ – Mat 22:37-42
Zingen: HH 393: 1 en 3 – Gij die gelooft, verheugt u samen
Gebed bij de opening van het Woord
Kinderlied: HH 506 – Laat de kind’ren tot mij komen
Lezing:
Psalm 78: 1-8
2 Timotheüs 1: 5-8
Zingen: Psalm 103: 4 en 6 DNP
4. De HEER is goed voor wie in Hem geloven;
zijn trouw gaat zelfs de blauwe lucht te boven.
Hij werpt de zonden ver bij zich vandaan.
Hij troost ons met zijn vaderlijke zorgen.
Wij, zwakke mensen, zijn bij Hem geborgen;
Hij weet dat wij uit aarde zijn ontstaan.
6. De HEER telt niet in jaren, maanden, uren:
zijn liefde zal de eeuwigheid verduren.
Aan elke generatie doet Hij recht.
Hij toont zijn trouw aan wie bij Hem wil horen,
aan ieder kind dat na ons wordt geboren,
dat nazegt wat de HEER heeft voorgezegd.
Preek: Geloof doorgeven in dankbaarheid
Zingen: Lied 939 – Op U alleen
In memorium; Harmen de Vries
Zingen is uit Joh. de Heer, lied 523:1 "Veilig in Jezus armen".
Pastorale mededelingen:
Gebeden, Stil gebed – ONZE VADER
Collecte
Slotlied: Sela Music 190 - Toekomst vol van hoop
Zegen –
De HEERE zegen u en Hij behoede U
De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten
En zij u genadig
De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u
En geve u Zijn vrede.
Lied 415:3
Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, Uw naam ter eer!
Een kunstig lied van Asaf
1Luister, mijn volk, naar wat ik leer, oproep aan het HELE volk, hoor de woorden uit mijn mond. 2Ik open mijn mond voor een wijze les, spreek uit wat sinds lang verborgen is. 3Wij hebben het gehoord, wij weten het, onze ouders hebben het ons verteld. 4Wij willen het onze kinderen niet onthouden, wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de HEER, van de wonderen die Hij heeft gedaan. 5Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob en kondigde in Israël een wet af. Onze voorouders gaf Hij de opdracht die aan hun kinderen te leren. 6Zo zou het volgende geslacht ervan weten, en zij die nog geboren moesten worden zouden het weer aan hun kinderen vertellen. 7Dan zouden zij op God vertrouwen, en zich richten naar zijn geboden. 8Dan zouden zij niet worden als hun voorouders, een onwillig en opstandig geslacht, onstandvastig van hart en geest, een geslacht dat God ontrouw was.
|