Lied 913 Wat de toekomst brengen moge Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand, moedig sla ik dus de ogen, naar het onbekende land. Leer mij volgen zonder vragen, Vader wat Gij doet is goed. Leer mij slechts het heden dragen, met een rustig, kalme moed.
Heer ik wil Uw liefde loven, al begrijpt mijn ziel U niet. Zalig Hij die durft geloven, ook wanneer het oog niet ziet. Schijnen mij Uw wegen duister, zie ik vraag U niet: waarom? Eenmaal zie ik al Uw luister, als ik in Uw hemel kom.
Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand, loop ik met gesloten ogen, naar het onbekende land.
Gebed voor opening van het Woord
Schriftlezing, 2 Korintiërs 4, vers 7 tot 18 NBV 21
2e schriftlezing Matteüs 4, vers 16 tot 20 NBV 21 16. Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen. 17. Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. Kom tot inkeer, zei Hij, want het Koninkrijk van de hemel is nabij.
18. Toen Hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun netten uit in het meer, het waren vissers. 19. Hij zei tegen hen, Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken. 20. Zie lieten meteen hun netten achter en volgden Hem.
Lied Gezang 118 vers 1 en 2 Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen
Lied welk een vriend is onze Jezus
1 Welk een vriend is onze Jezus,
Die in onze plaats wil staan!
Welk een voorrecht, dat ik door Hem
Altijd vrij tot God mag gaan.
Dikwijls derven wij veel vrede,
Dikwijls drukt ons zonde neêr,
Juist omdat wij ’t al niet brengen
In ’t gebed tot onzen Heer.
2 Leidt de weg soms door verzoeking,
Dat ons hart in ’t strijduur beeft,
Gaan wij dan met al ons strijden
Tot Hem, die verlossing geeft.
Kan een vriend ooit trouwer wezen,
Dan Hij die ons lijden draagt?
Jezus biedt ons aan genezing,
Hij alleen is ’t, die ons schraagt.
3 Zijn wij zwak, belast, beladen,
En ter neêr gedrukt door zorg!
Dierbr’e Heiland! onze Toevlucht!
Gij zijt onze Hulp en Borg!
Als soms vrienden ons verlaten,
Gaan wij biddend tot den Heer,
In Zijn armen zijn wij veilig,
Hij verlaat ons nimmermeer.